Deze reconstructie beschrijft de gevechten rondom de Duivelsberg door het Amerikaanse 508e Parachute Infantry Regiment tijdens de Geallieerde operatie ‘Market Garden’ in de periode 17 september 1944 (landing) tot 24 september 1944 (aflossing).
Naast verschillende originele operationele documenten, luchtfoto’s, officiële rapportages en diverse publicaties op internet, zijn voor deze reconstructie ook de vele boeken gebruikt die de afgelopen jaren zijn geschreven. Soms spreken de bronnen elkaar tegen en is gekeken naar ‘een meest plausibel’ verhaal.
1. Verkenning (19 september)
Direct na de landing op 17 september 1944 bevrijdde het 3e Bataljon van het 508e Regiment het dorp Berg en Dal. De hoge rand van de stuwwal werd ingenomen en in de vroege ochtend van 18 september viel de George Compagnie van het 3e Bataljon aan richting de Waalbrug in Nijmegen. Deze aanval moest worden afgebroken omdat het 508e Regiment eerst een Duitse tegenaanval op het landingsterrein rondom Voxhill moest stoppen. De G Compagnie trok zich aan het einde van de dag terug naar de omgeving van landgoed Herwaarden, net ten zuidoosten van Berg en Dal.
Op 19 september kregen eenheden van het 3e Bataljon (waaronder G Compagnie) opdracht om vanuit de hoogten bij Berg en Dal het dorp Beek aan te vallen om de controle over de hoofdweg Wyler-Beek-Nijmegen (de Rijksstraatweg) te krijgen. In de vroege ochtend van 19 september kreeg het 2e Peloton G Compagnie, als onderdeel van deze aanval door de eenheden van het 3e Bataljon, opdracht een wegversperring in te richten op de Rijkstraatweg bij Startjeshof, een hotel café-restaurant, en bij de Querdamm met stuw tussen het Wylermeer en het Wylerbergmeer. Daarbij moest ook de steile heuvel 75.9 (de Duivelsberg) in worden genomen die de Rijksstraatweg, de Querdamm en de polders in noordelijke domineerde.

Zicht vanuit Smorenhoek op de Querdamm en de stuw. Op de voorgrond de Rijksstraatweg met links een voormalige wasboerderij en rechts de achterzijde van Startjeshof.
De randen van Beek en de hellingen van de Duivelsberg waren belangrijke terreindelen voor zowel de Amerikanen als de Duitsers. Om de Rijksstraatweg (door de Amerikanen ‘Highway K’ genoemd) vanuit het noorden tussen Wyler en Nijmegen te bereiken, waren er namelijk slechts twee overgangen over het Wylermeer, Wylerbergmeer en Het Meertje: bij de Duivelsberg en bij Beek.

Op deze kaart uit 1944 zijn ingetekend de doorgaande wegen van Wyler naar Nijmegen (rood), de waterhindernis (blauw) en de bestaande overgangen (geel).
De pelotonscommandant stuurde eerst een verkenningspatrouille bestaande uit een geweergroep van ongeveer 12 man. De patrouille stond onder leiding van de assistent-pelotonscommandant. De voordehand liggende route voor de verkenning was van het Landgoed Herwaarden, via de Holtheurnse Hof of de Oude Kleefsebaan, langs de voormalige steenfabriek, door het Filosofendal naar Startjeshof.
Onderweg werd de patrouille in de buurt van de Oude Kleefsebaan vastgepind door een Duits machinegeweer dat vanuit een goed gecamoufleerde positie vuurde. Toen een van de paratroopers de positie zag, baande hij zich een weg naar het machinegeweer en kroop tot op enkele meters afstand. Hij gooide twee handgranaten en stormde er vervolgens op af, terwijl hij met zijn eigen machinepistool vuurde. De paratrooper doodde en verwondde de Duitsers, maar sneuvelde zelf in dit vuurgevecht op korte afstand (Pfc. Daniel E. Kuszmaul ontving postuum de Silver Star voor dit moedige optreden).
De patrouillecommandant en zijn mannen vervolgden hun verkenning. Ze stopten bij een nabijgelegen boerderij, Oude Kleefsebaan 427, bewoond door een Nederlands gezin, op de plek van de voormalige steenfabriek, die in 1931 was verlaten. Ze ontmoetten de boer en zijn zoon, die gebrekkig Engels sprak. De patrouillecommandant liet hem zijn kaart zien en vroeg naar de Duivelsberg, omdat hij er zeker van wilde zijn dat hij zijn patrouille in de juiste richting leidde. De jongere man bood zijn hulp aan en leidde de patrouille door de bossen naar de zuidelijke helling van de Duivelsberg.

Boerderij van de familie Teunissen, Oude Kleefsebaan 427, op het terrein van de voormalige steenfabriek.
De patrouille bereikte vanuit het zuiden de grote heuveltop van de Duivelsberg, die hoger lag dan de rest van de heuvel. De paratroopers keken recht neer op een compagnie Duitsers, die opstellingen hadden ingenomen op de oostelijke, noordelijke en westelijke hellingen van de Duivelsberg. De patrouillecommandant besloot dat een verdere verkenning niet mogelijk was, liet het vuur openen op de nietsvermoedende Duitsers en trok zich direct daarna met zijn paratroopers terug naar de kloof aan het begin van de Filosofendal, net ten noorden van de voormalige steenfabriek.
De patrouillecommandant meldde aan zijn pelotonscommandant dat de heuvel bezet werd door een compagnie Duitsers en deze informatie werd doorgegeven aan het hoofdkwartier van het 3e Bataljon. De rest van het 2e Peloton G Compagnie ging naar voren om zich bij de patrouille te voegen en wachtte op verdere instructies.
Om de Duitsers van de Duivelsberg te verdrijven was minimaal de inzet van een compagnie nodig. Omdat de commandant van het 3e Bataljon al zijn eenheden al had ingezet bij de aanval op Beek, moest hij nu ondersteuning vragen van het 508e Regiment.

De verkenningspatrouille richting de Duivelsberg:
1. Vertrek vanaf Landgoed Herwaarden
2. Gevecht met Duitse Mitrailleurpost
3. Ontmoeting bij boerderij
4. Grote motte Duivelsberg
5. Contactpunt na afloop van de verkenning
2. Aanval en consolidatie (19 september)
Nadat het 2e Peloton G Compagnie er niet in geslaagd was een wegversperring in te richten nabij Startjeshof, gaf het 508e Regiment opdracht aan het 1e Bataljon om een aanval op de Duivelsberg te maken. Rond 15:30 werd de Able Company, zonder hun compagniecommandant en zonder het 2e Peloton (beide waren nog steeds afgesneden in de oude binnenstad van Nijmegen na de felle gevechten in de nacht van 17 op 18 september), gewaarschuwd.
Om 16:00 gaf de commandant van het 1e Bataljon de waarnemend commandant van de A Compagnie, 1/Lt. John P. Foley, opdracht de Duivelsberg in te nemen en een wegversperring op de Rijksstraatweg in te richten. Een sectie van het Lichte Machinegeweer Peloton 1e Bataljon werd voor deze opdracht aan de compagnie toegevoegd.
Rond 17:00 stak de compagnie de weg van Wyler naar Berg en Dal over nabij café Holdeurn, Oude Kleefsebaan 148, en vervolgde de opmars naar het bos langs de voormalige steenfabriek, waar de Nederlandse boer nog steeds op zijn land werkte.
Aan het begin van het bos, in de kloof aan het begin van het Filosofendal, maakten ze contact met het 2e Peloton G Compagnie. Op dat moment werd dit peloton ook aan de compagnie toegevoegd. De voormalige patrouillecommandant fungeerde nu als gids, omdat hij de weg naar de Duivelsberg kende die de zoon van de Nederlandse boer hem had getoond. De route door het bos bood dekking en stelde hen in staat de Duitse opstellingen op de Duivelsberg van achteren te benaderen.
Onderweg naar de Duivelsberg werden enkele Duitse soldaten gezien in de richting van Wyler, in het niet-beboste gebied tussen Althorst en de Duivelsberg. Een geweergroep van het 1e Peloton A Compagnie bleef op deze positie als achterhoede terwijl de rest van de compagnie de aanval op de Duivelsberg uitvoerde. Ze maakten schuttersputten met zicht op het niet-beboste gebied en de randen van het bos richting het zuiden.
Tegelijkertijd kreeg het 2e Peloton D Compagnie 307e Genie Bataljon, orders om vanuit Beek op te rukken in de richting van Wyler en een wegversperring op de Rijksstraatweg bij Startjeshof op te richten. Rond 17:30 werd het geniepeloton door een Duitse mitrailleurpost op de noordelijke helling van de Duivelsberg vastgepind en hun opmars werd gestopt. De pelotonscommandant, die de positie van de Duitse mitrailleur opmerkte, ging met één man verder om de mitrailleur uit te schakelen met behulp van een handgranaat. Terwijl hij probeerde binnen werpafstand te komen, werd de pelotonscommandant gedood door vuur van het Duitse machinegeweer (2/Lt. Alfred H. Conrad ontving postuum de Silver Star voor dit moedige optreden. Hij ontving ook de Nederlandse Bronzen Leeuw).
Met alle Duitse aandacht gericht op het geniepeloton aan de voet van de noordelijke helling van de Duivelsberg, konden de A Compagnie en onder bevel gestelde eenheden door het bosrijke gebied ongemerkt oprukken tot op ongeveer tweehonderd meter ten zuidoosten van de top van de heuvel. Daar plaatste de compagniecommandant zijn paratroopers in een verspreide linie en ging in noordwestelijke richting voorwaarts, richting de Duivelsberg. Plotseling openden de Duitsers het vuur vanuit één van hun twee mitrailleurposten die de zuidkant van de heuvel verdedigden. De compagniecommandant riep direct een bazooka naar voren. Hij stuurde een geweerploeg naar links van de heuvel met de bazooka. Maar ze werden met één maaibeweging van het Duitse machinegeweer neergeschoten. Ook een tweede geweerploeg met een bazooka werd uitgeschakeld.
Daarna besloot de compagniecommandant een frontale aanval voor te bereiden richting de Duitse mitrailleurposten op de top van de heuvel. De sectie van het Lichte Machinegeweer Peloton 1e Battalion plaatste een paar mitrailleurs rechtsachter de verspreide linie om vuur te kunnen afgeven op de top van de heuvel zodat de Duitse mitrailleurs onderdrukt zouden worden. Met dit ondersteunend vuur van de mitrailleurs en onder luid indianengeschreeuw stormde de verspreide linie de heuvel op. Ondanks Duitse mitrailleurvuur bereikten de paratroopers de top van de heuvel en werden de Duitse mitrailleurs uitgeschakeld. Tijdens de aanval droeg een van de paratroopers een lichte mitrailleur en schoot vanuit de heup. Hij schakelde ongeveer vijftien Duitsers uit voordat hij de top bereikte en zette zijn aanval op de vluchtende vijand voort, waarbij hij nog ongeveer twintig Duitsers uitschakelde (Cpl Lawrence G. Fitzpatrick ontving de Silver Star voor dit moedige optreden).
Na het bereiken van de top bleven de paratroopers oprukken en vielen de Duitsers aan op de andere drie zijden van de heuvel. De genisten van het 2e Peloton D Compagnie 307e Genie Bataljon, die eerder door de Duitsers waren vastgepind, konden nu ook weer aanvallen en dreven de Duitsers van de noordelijke hellingen van de Duivelsberg.
Toch bleven veel Duitsers in hun schuttersputten en vochten terug, gebruikmakend van automatische wapens en herhaaldelijke tegenaanvallen. Maar de paratroopers bleven de ene na de andere schuttersput uitschakelen totdat de Duitse weerstand brak. De overgebleven Duitsers renden de steile hellingen van de Duivelsberg af. Ze haastten zich uit hun schuttersputten, renden het voorste deel van de heuvel af, over de Rijkstraatweg, over de dijk, de polders in. De Duitsers vluchtten noordwaarts over het vlakke terrein en zuidoostwaarts langs de Rijksstraatweg richting Wyler. Twee stafauto's, twee vrachtwagens, twee 20mm luchtafweergeschut met meer dan driehonderd 20mm granaten, ongeveer dertig geweren en veel persoonlijke uitrusting werden onderaan de heuvel achtergelaten.
Tijdens de aanval kwamen negen Amerikaanse soldaten om het leven of raakten dodelijk gewond. Direct na de aanval, rond 18:00, reorganiseerde de commandant zijn compagnie en bereidde zich voor op Duitse tegenaanvallen. Tijdens het bekijken van mogelijke verdedigingsposities op de noordelijke helling van de Duivelsberg werd de commandant van 2e Peloton G Compagnie dodelijk getroffen door een Duitse sluipschutter vanuit de richting van Smorenhoek.
De compagnie nam verdedigingsposities in, ook gebruikmakend van schuttersputten die door de Duitsers waren gegraven. De noordelijke helling werd verdedigd door het 2e Peloton G Compagnie, de oostelijke helling door het 3e Peloton A Compagnie. Twee groepen van het 1e Peloton A Compagnie, de sectie van Lichte Machinegeweer Peloton 1e Bataljon en het hoofdkwartier van A Compagnie namen posities in op de top van de heuvel. De achterhoede werd gedekt door een groep van het 1e Peloton A Compagnie. Voorposten werden opgesteld langs de voet van de noordelijke helling, ongeveer op dakhoogte met Startjeshof, langs het kronkelende pad dat steil omhoog naar de top van de Duivelsberg leidde.

Zicht vanuit de voorposten, ongeveer op dakhoogte van hotel café-restaurant Startjeshof
Het 2e Peloton D Compagnie 307e Genie Bataljon, nam verdedigingsposities in ongeveer vijfhonderd meter ten zuidoosten van Startjeshof aan de Rijksstraatweg in de richting van Wyler. Rond 20:00 kregen de genisten het bevel hun verdedigingsposities te verlaten en zich terug te verplaatsen naar de omgeving van Berg en Dal.
De enige langeafstandsradio van de compagnie raakte ernstig beschadigd tijdens de aanval. De kleine radioset van het 2e Peloton A Compagnie was wel beschikbaar, maar deze radio had een beperkt bereik en was vastgezet op de frequentie van het 3e Bataljon. Het hoofdkwartier van het 3e Bataljon zond radioberichten van de A Compagnie door naar het hoofdkwartier van het 508e Regiment, dat deze vervolgens naar het hoofdkwartier van het 1e Bataljon stuurde. En andersom.
In een kleine wasboerderij tegenover Startjeshof zorgde een inwoner van Smorenhook voor een zwaargewonde Duitse soldaat. Zonder medische achtergrond verzorgde deze Nederlander zo goed mogelijk de soldaat. De Duitser had ondraaglijke pijn en vroeg potlood en papier. Hij schreef een afscheidsbrief voor zijn ouders, die eindigde met de woorden: ‘Ich werde wohl in die ewige Heimat eingehen. Lasst es Euch gut gehen. Seid nicht so traurig. Alles Gute auf Erden. Euer Karl.' De volgende dag overleed Pz.Gren. Karl Stammeier, twintig jaar oud, in Startjeshof, waar Duitse soldaten hem hadden overgebracht tijdens een tegenaanval.

De aanval op de Duivelsberg:
1. Opstellingen van A Compagnie vanaf 18 september
2. Oversteken Oude Kleefsebaan op 19 september, 17:00
3. Contactpunt met 2e Peloton G Compagnie
4. Opstelling van de achterhoede
5. Aanval op Duivelsberg
3. Verdediging (19-24 september)
Verdediging van de Duivelsberg was erg moeilijk omdat de Amerikanen geen aaneengesloten opstellingen konden innemen. De frontlijn tussen Wyler en Beek was veel te lang voor de beschikbare eenheden. Het was onvermijdelijk dat delen van de frontlijn niet onder waarneming waren – zeker niet ‘s nacht. De Duitsers konden vrij eenvoudig met kleine patrouilles door de Amerikaanse linies heen sluipen en de Duivelsberg van alle kanten aanvallen. De reguliere, veilige bevoorrading van bijvoorbeeld munitie en voedsel was dus ook niet mogelijk. Tijdens de komende nachten konden kleine groepjes paratroopers te voet gelukkig toch het hoognodige ophalen. Onder dekking van de duisternis namen ze vooral munitie mee, zoveel als ze konden dragen. Munitie raakte namelijk heel snel op door de aanhoudende Duitse tegenaanvallen. Voor voedsel waren de Amerikanen afhankelijk van nachtelijke strooptochten langs huizen en boerderijen in en rond Smorenhoek. Ook kippen en zelf koeien werden meegenomen en geslacht. Helaas was het restaurant Zum Teufelsberg op de Duivelsberg al jaren geleden gesloten, zodat daar geen voedsel meer te vinden was. De voorraad in het hotel café-restaurant Startjeshof was wel vlakbij de Duivelsberg maar Startjeshof was vaak in handen van Duitsers en werd op 20 september gedeeltelijk door brand verwoest, veroorzaakt door Amerikaans artillerievuur. Naast de bevoorrading was ook een reguliere, veilige medische afvoer niet mogelijk. Gewonde paratroopers konden niet naar een medische hulppost worden vervoerd en moesten door de aanwezige hospiks worden verzorgd. Enkele Amerikanen waren te zwaar gewond en stierven op de Duivelsberg aan hun verwondingen (‘Died of Wounds’).
Nadat op 17 en 18 september de Amerikanen voornamelijk tegen onervaren, in allerijl gevormde, Duitse Alarmeinheiten hadden gevochten, arriveerden in de loop van 18 en 19 september de eerste reguliere, zeer ervaren Duitse gevechtseenheden in de omgeving van Kranenburg. Dit waren voornamelijk de restanten van de 3e Fallschirmjäger Division die in de omgeving van Keulen aan het herstellen waren van hun zeer zware verliezen tijdens de gevechten rondom Falaise (Noord-Frankrijk) en Mons (België). Er werd een ad-hoc gevechtsgroep geformeerd en vernoemd naar hun commandant, major Karl-Heinz Becker. De Kampfgruppe Becker kreeg de opdracht om op 20 september in de vroege ochtend de Amerikaanse linies bij Beek en Wyler te doorbreken en door te stoten naar Nijmegen. Deze tegenaanval moest gelijktijdig plaatsvinden met grote tegenaanvallen door twee andere Kampfgruppen op Groesbeek en op Mook. Voor de Duitsers was het van belang om naast Beek en Wyler ook de overgang over het Wylermeer bij de Duivelsberg in handen te krijgen zodat ze daarna via de Rijksstraatweg de Amerikanen bij Beek en/of Wyler in de flank konden aanvallen. In de nacht namen ze hun uitgangsposities in en werd de omgeving rond de Duivelsberg verkend. Onder dekking van de duisternis betrokken de Duitsers heimelijk weer vooruitgeschoven posten aan de voet van de heuvel: bij Startjeshof en de omliggende huizen en boerderijen in Smorenhoek.

Het oorspronkelijke Duitse bevel voor de tegenaanval op 20 september.
Vlak voor dagaanbreken op 20 september begon de tegenaanval door de Kampfgruppe Becker op Beek, Wyler en de Duivelsberg. De Amerikaanse opstellingen werden hevig onder vuur genomen met indirect vuur afgegeven door Duitse mortieren en stukken geschut. Bij dageraad en onder dekking van de inslagen, naderden de Duitsers vanuit noordelijke richting via de polders de Duivelsberg. De paratroopers waren in hun schuttersputten redelijk goed beschermd tegen de rondvliegende, vlijmscherpe granaatsplinters maar enkele inslagen hoog in de bomen veroorzaakten een stortregen van levensgevaarlijke houtprojectielen.
De commandant van de compagnie vroeg onmiddellijk eigen vuursteun aan die hij al had voorbereid omdat een Duitse tegenaanval vanuit de polder zeker te verwachten was. De vuurleiding kostte hem toch veel tijd omdat alle vuuraanvragen en vuurcorrecties via het hoofdkwartier van het 1e Bataljon naar de Amerikaanse artillerie moesten worden gezonden. Omdat de Duitsers reeds zo dichtbij waren genaderd, moest vuursteun bijna op de eigen opstellingen worden afgegeven. Ondanks de goede artillerieondersteuning kon de Duitse tegenaanval niet gestopt worden. Er braken zeer zware gevechten uit. De Fallschirmjäger vochten de heuvel op richting de ingegraven paratroopers en er braken man tegen man gevechten uit. Ook vanuit de richting Wyler mengden zich Duitsers in de strijd.
Plotseling stopten de Fallschirmjäger met vuren en een Duitse officier verscheen om de overgave van de paratroopers te eisen. Zonder een ogenblik te aarzelen, werd het verzoek afgewezen. Daarna barstten de gevechten weer in alle hevigheid uit. De Amerikanen kwamen onder zeer zwaar trommelvuur van artillerie, mortieren, Panzerfäuste, mitrailleurs, geweren en handgranaten. En de eigen munitievoorraad werd heel snel minder. De toestand werd vooral bij het 3e Peloton A Compagnie heel kritiek. Om een doorbraak te voorkomen verplaatste de compagniescommandant delen van het 2e Peloton G Compagnie naar de bedreigde sector. Gelukkig arriveerden halverwege de middag vanuit Beek, via de Rijksstraatweg, een peloton van het 3e Bataljon en twee M-10’s tanks van de Britse Q Battery 21e Anti Tank Regiment. Gesteund door deze onverwachte versterking werd de tegenaanval tot staan gebracht en moesten de Fallschirmjäger het gevecht afbreken.
Tijdens de zeer zware Duitse tegenaanval was wonderwel slechts één Amerikaan gedood, door indirect vuur.
Helaas werden tegen de avond de M-10’s weer teruggetrokken richting Beek en was de compagnie op zichzelf aangewezen om de Duivelsberg te verdedigen. Onder dekking van de duisternis kon gelukkig wat hard nodige munitie worden opgehaald.
Kort na dageraad op 21 september maakten de eigenlijke commandant van A Compagnie en het 2e Peloton A Compagnie contact met de verdedigers op de Duivelsberg. Zij waren een dag eerder ontzet in de oude binnenstad van Nijmegen waar zij sinds de vroege ochtend van 18 september afgesneden van eigen troepen ondergedoken hadden gezeten in een verlaten winkelmagazijn. Aangekomen op de Duivelsberg nam de compagniescommandant, Capt. Jonathan E. Adams, direct het commando over van de waarnemend compagniescommandant, 1/Lt. John P. Foley. Het 2e Peloton A Compagnie versterkte de bestaande verdediging en nam opstellingen in. Kort na de reorganisatie van de verdediging werd wederom een zware Duitse tegenaanval na bittere gevechten teruggeslagen.
In de nacht van 21 op 22 september probeerden de Duitsers opnieuw de verdediging rondom de Duivelsberg te infiltreren. Een paratrooper van het 2e Peloton G Compagnie hoorde in het duister enkele Duitse soldaten en kroop naar voren. Hij sprak vloeiend Duits en riep verschillende bevelen in het Duits, waardoor de Duitsers in grote verwarring werden gebracht. De paratrooper opende ook het vuur, schakelde verschillende Duitsers uit en zij trokken zich haastig terug (Pfc. Theodore H. Gienger ontving de Silver Star voor dit moedige optreden).

De verdedigende opstellingen op de Duivelsberg.
Bij dageraad op 22 september sloegen de paratroopers de laatste zware Duitse tegenaanval op de Duivelsberg af. In de loop van de ochtend , tijdens een rustig moment, kregen elf overleden Amerikanen (‘Killed In Action’ of ‘Died Of Wounds’) een tijdelijk veldgraf op de Duivelsberg. Zij werden in tafelkleden uit Startjeshof gewikkeld en in een groot gegraven gat neergelegd omdat de stoffelijke overschotten nog steeds niet veilig afgevoerd konden worden. Bij het tijdelijke veldgraf werd een groot houten kruis geplaatst, gemaakt van twee boomtakken. De elf herkenningsplaatjes van de overledenen werden opgehangen aan dit kruis.
In de nacht van 22 op 23 september keerde het 2e Peloton G Compagnie terug naar de eigen G Compagnie om zich klaar te maken voor deelname aan een grote Amerikaanse aanval op Thornsche Molen. In de Ooijpolder drongen eenheden van het 3e Bataljon, ondersteund door Britse tanks, de Duitsers steeds verder terug in oostelijke richting. Op 23 september hadden de Duitsers verdedigende opstellingen ingenomen in de lijn Thornsche Molen, Querdamm, westrand van Zyfflich. Door de breedte van Het Meertje en het Wylermeer was een grotere Duitse tegenaanval richting de Duivelsberg niet meer goed mogelijk. Maar de Amerikaanse linie kon nog wel worden geïnfiltreerd door kleine gevechtspatrouilles en werden de opstellingen ook sporadisch door direct en indirect vuur beschoten.
In de nacht van 23 op 24 september voerden enkele paratroopers een contactpatrouille uit richting de G Compagnie die opstellingen had ingenomen ten westen van de Thornsche Molen. De patrouille verkende onder dekking van de duisternis in noordelijke richting, langs Duitse opstellingen die in het gebied tussen Thornsche Molen, de Querdamm en Zyfflich lagen.
In de avond en nacht van 24 op 25 september werd de compagnie afgelost door eenheden van het 504e Regiment. Onder dekking van de duisternis verliet de compagnie de Duivelsberg en verplaatste zich te voet naar het gebied tussen de Flierenberg, de Zevenheuvelenweg, de Derdebaan en de Postweg waar ook de overige eenheden van 508e Regiment verzameld waren om te herstellen, te reorganiseren en zich gereed te maken voor vervolginzet.
In het After Action Report van het 508e Regiment werd uitvoering ingegaan op de gevechten rondom de Duivelsberg. Voor zijn buitengewone heldhaftigheid en leiderschap tijdens de aanval op en de verdediging van de Duivelsberg ontving 1/Lt. John P. Foley, de waarnemend compagniescommandant, het Distinguished Service Cross. Dit was natuurlijk niet alleen waardering voor hem, maar voor de gehele A Compagnie, inclusief de onder bevel gestelde eenheden: het 2e Peloton G Compagnie en de sectie van het Lichte Machinegeweer Peloton 1e Bataljon.
Gesneuvelde Amerikaanse soldaten
Via deze link kom je op het overzicht met de 82nd soldaten die zijn gesneuveld tijdens de strijd op en rond de Duivelsberg.